Er is een grote kans
dat u nog precies weet waar u was toen u hoorde van de aanslag op
de Twin Towers. Of wat u deed op het moment dat Pim Fortuyn of
president Kennedy vermoord werden. U kunt het u nog in geuren en
kleuren voor de geest halen. Dat is vreemd, want waarschijnlijk
weet u niet meer wat je deed op een willekeurige lentedag in 2005.
Omdat dit zulke heldere herinneringen zijn, worden ze
'flitslichtherinneringen' genoemd.
Er zijn twee belangrijke redenen waarom deze herinneringen zo op
uw netvlies gebrand staan. Ten eerste heeft u ze vaak herhaald. Nog
altijd leest u artikelen over de aanslagen in New York en telkens
wordt u onbewust herinnerd aan 11 september. Waarschijnlijk heeft u
het er ook vaak over gehad met anderen; waar u was en wat u deed.
Kortom, u denkt er vaker aan dan aan een 'normale' dag. De andere
reden is dat er grote emoties bij kwamen kijken. Omdat u ontdaan
was over de aanslag, blijft het u beter bij. Dit komt door een
stofje wat in je brein wordt vrijgemaakt bij heftige gevoelens.
Déjà vu
Soms heeft u zomaar ineens, midden op de dag, het gevoel dat u die
situatie eerder hebt meegemaakt. Echt voorspellen kunt u het niet,
maar alles wat er gebeurt, voelt vreemd vertrouwd. Het duurt een
paar tellen en zo gauw u er op gaat letten, is het al weg. Het is
een zogenaamde 'déjà vu'. Dit is Frans voor 'eerder gezien'.
Er werd een poos gedacht dat het herinneringen waren uit een
vorig leven of dat u per ongeluk iets herhaalt wat u een keer
eerder hebt gedaan. Maar als u expres twee keer hetzelfde doet,
krijgt u geen déjà vu.
Hoe het precies werkt, is nog steeds niet duidelijk. Maar
tegenwoordig wordt gedacht dat u bij een déjà vu niet zo
geconcentreerd bent. Uw hersenen werken even op een wat lager
niveau. Hierdoor ziet u dingen niet zo helder en kleurrijk als
normaal en lijkt wat u meemaakt op een vage herinnering.
Het geheugen wordt vaak gezien als een bibliotheek.
Herinneringen zijn vastgelegd, af en toe neemt u een boek van de
plank en bladert u daar in, maar het geheugen wordt nooit meer
herschreven. Maar in werkelijkheid wordt het geheugen wél
herschreven. Hoewel u de beelden nog zo levendig voor de geest kan
halen, hoeft het niet te zijn wat er werkelijk is gebeurd.
Herinneringen zijn in beweging, ze kunnen telkens weer een beetje
veranderen. Als u bijvoorbeeld vraagt aan mensen hoe ze elkaar
hebben ontmoet, verschillen de twee verhalen vaak. Terwijl ze er
allebei toch echt zelf bij waren.
Voor therapeuten betekent dit dat ze erg moeten uitkijken. Zij
kunnen patiënten per ongeluk valse herinneringen aanpraten. Met hun
witte jas en hun diploma's aan de muur komen ze erg geloofwaardig
over op patiënten. Een voorbeeld: In de jaren '80 waren er ineens
een heleboel kinderen in het Groningse dorp Oude Pekela die
geloofden dat ze werden misbruikt door pedofielen verkleed als
clown. Deze ideeën kregen ze van de therapeuten die suggestieve
vragen stelden: "Het was zeker een man in een clownspak?"
Uiteindelijk bleek het hele verhaal onwaar. Maar de kinderen
herinnerden het zich alsof het echt gebeurd was.
Geuren kunnen levendige herinneringen naar boven brengen. De
typische reuk van bijvoorbeeld zaagsel, mottenballen of pijptabak
kunnen allemaal prikkels zijn voor gedachten aan een bepaald
persoon of een specifiek moment. Vaak zijn deze herinneringen al
heel oud, uit uw vroege kindertijd. De reden hiervoor is dat
sommige aroma's in je volwassen leven verdwijnen, zoals
bijvoorbeeld de geur van warme havermoutpap of het parfum van je
grootmoeder. Maar de herinnering er aan blijft bestaan. Zo gauw u
deze luchtjes weer ruikt, voeren uw herinneringen u jaren
terug.
Vaak brengen geuren alleen een sfeer met zich mee. Woorden om
een reuk te omschrijven, zijn moeilijk te vinden. Dit komt
waarschijnlijk omdat het centrum in de hersenen waar geuren worden
verwerkt, dicht bij het gevoelscentrum ligt. Hierdoor wordt er aan
de geur meteen een gevoelslabel gehangen. Om dit bij het
spraakcentrum te krijgen, moet er een veel langere route worden
afgelegd in ons brein, dus schieten de woorden vaak te kort.