Stressincontinentie, ook wel
inspanningsincontinentie genoemd, is de meest voorkomende vorm van
incontinentie. U verliest dan urine, omdat de bekkenbodemspieren
niet goed functioneren (verzwakt zijn) en daardoor de blaas niet
meer goed afsluiten. Dit gebeurt bijvoorbeeld als u moet niezen,
hoesten, lachen, tillen, maar ook als u sport, vrijt of plotseling
opstaat. Andere vormen van incontinentie hebben een andere oorzaak
en moeten daarom anders worden behandeld dan hier beschreven.
Te weinig ondersteuning
Als de bekkenbodem de blaas en plasbuis onvoldoende ondersteuning
geeft, kan stressincontinentie ontstaan. Een zwakke bekkenbodem kan
erfelijk zijn, of kunt u krijgen door zwangerschap en bevalling,
langdurig zwaar tillen of zware inspanning, heel veel hoesten, de
menopauze, oestrogeentekort of ernstig overgewicht. Gelukkig kunt u
er ook voor zorgen dat uw bekkenbodem (weer) sterker wordt.
Train uw bekkenbodemspieren
Door uw bekkenbodemspieren te trainen, wordt uw bekkenbodem
sterker. Maar doe dan wel de juiste oefeningen! Zo is het
onderbreken van het plassen (streepjesplassen) géén goede oefening.
Hiermee bereikt u juist het tegenovergestelde.
Oefeningen waarbij de bil-, dij-, rug- en buikspieren worden
aangespannen zijn op zich wel goed, maar hebben weinig effect op de
bekkenbodem.
Juiste oefeningen
Onder begeleiding van een gespecialiseerde fysiotherapeut kunt u
leren uw bekkenbodemspieren bewust te gebruiken, waardoor u
ongewenst urineverlies voorkomt of vermindert. Verder biedt een
gratis dvd, van een grote fabrikant van incontinentiemateriaal, een
door deskundigen ontwikkeld trainingsprogramma voor de
bekkenbodemspieren: Corewellness. Volgens de samenstellers van deze
training verdwijnt stressincontinentie bij de meeste vrouwen door
de juiste bekkenbodemspieroefeningen te doen.
Hulpmiddelen
Door een ring (pessarium) kan een verzakte blaas of urinebuis weer
op de juiste plaats worden teruggebracht. Heel simpel, u voelt de
ring niet zitten en de klachten zijn weg.
Jammer genoeg werkt dit niet voor iedereen. Het is namelijk
afhankelijk van de stevigheid van de bekkenbodem. Voor vrouwen die
alleen tijdens het sporten last hebben, kan het inbrengen van een
(natte) tampon al voldoende zijn. De overgang tussen blaas en
plasbuis wordt dan wat naar boven geduwd. Een arts kan hierover
advies geven.
Mogelijkheid van operatie
Als oefeningen of andere hulpmiddelen onvoldoende blijken, is een
operatie door een gynaecoloog of uroloog mogelijk. In steeds meer
ziekenhuizen worden twee nieuwe operatietechnieken toegepast:
draagbandje voor de urinebuis en hangmatje in het bekken.
Draagbandje voor de urinebuis
TVT staat voor tension-free vaginal tape. Bij de operatie trekt de
arts de urinebuis, die wat naar beneden is gezakt, met TVT omhoog,
zodat de urine minder gemakkelijk uit de blaas stroomt
Het draagbandje wordt via de vagina ingebracht en achter het
schaambeen langs onder de huid op het schaambeen gelegd. Na de
operatie groeit het bandje vanzelf vast. Voor vrouwen die vijf jaar
geleden de eerste TVT-operaties hebben ondergaan, zijn de
verbeteringen tot nu toe blijvend.
Hangmatje in het bekken
Naast TVT is het aanbrengen van een intravaginale sling (IVS) een
mogelijke oplossing. Dit werkt hetzelfde, alleen gaat het nu om een
matje van speciaal gaas, zodat wat meer ondersteuning kan worden
geboden.
Dit 'hangmatje' wordt ook via de vagina ingebracht en dan op vier
plaatsen verankerd in het bekken. Omdat het gaasje vastgroeit,
blijven de blaas, vagina of de endeldarm (bij
ontlastingsincontinentie) op hun plaats.
Kans van slagen
Vooraf stelt een gynaecoloog of uroloog, na de nodige onderzoeken,
vast of een operatie mogelijk is en de klachten kan verhelpen. Na
de operatie zijn enkele dagen in het ziekenhuis en een aantal
controlebezoeken nodig.
Bij ongeveer 86 procent van alle geopereerde vrouwen verdwijnt het
urineverlies helemaal en bij 8 procent vermindert het duidelijk.
Een operatie heeft als laatste middel dus een behoorlijke kans van
slagen, maar is geen garantie voor succes.