Zuurstofrijk en -arm bloed
Dat het hart uit een linker- en een rechterhelft bestaat, is niet
zonder reden. Er is namelijk een verschil in zuurstofrijk en
zuurstofarm bloed. Het bloed waar de organen al zuurstof uitgehaald
hebben, verzamelt zich in de rechter boezem.
Van daaruit gaat het naar de rechter kamer, die het vervolgens naar
de longen pompt. Hier haalt het bloed weer nieuwe zuurstof op en
gaat het via de linker boezem naar de linker kamer.
Deze pompt het vervolgens via de slagaderen hele lichaam door,
zodat de organen weer zuurstof krijgen. De aderen brengen het
zuurstofarme bloed weer terug naar de rechter boezem. Het proces
begint weer van voren af aan.
Het samentrekken van de kamers noemen we systole. Na de systole
volgt een rustfase, de diastole. In deze fase vullen de boezems
zich met bloed. Ook kunnen de spiercellen zich klaarmaken voor de
volgende systole.
De linker kamer van het hart moet het bloed door het hele
lichaam pompen. Dit is veel zwaarder dan de taak van de rechter
kamer. Deze hoeft het alleen naar de longen te pompen. Daarom is de
linkerkant van het hart veel gespierder dan de rechterkant.
Om te zorgen dat het hart blijft pompen,
heeft het een soort natuurlijke pacemaker. Speciale cellen in de
hartspier geven 'stroomstootjes' af. Hierdoor trekken eerst de
boezems samen.
Hartslag
Normaal gesproken slaat het hart bij volwassenen in rust ongeveer
60 tot 100 keer per minuut. Een getraind hart (sporthart) maakt in
rust veel minder slagen. Dit hart is namelijk gespierder en heeft
minder slagen nodig om dezelfde hoeveelheid bloed rond te
pompen.
Bij inspanning, stress of angst kan de hartslag behoorlijk oplopen.
Het hart past zich snel aan. Zo krijgt het lichaam altijd wat het
nodig heeft. De maximaal haalbare hartslag is ongeveer 220 min uw
leeftijd in jaren.
Als het hart - voortdurend of af en toe - te lange pauzes maakt,
wordt een pacemaker gebruikt. Deze geeft stroomstootjes op de
momenten dat het hart dit zelf niet meer doet.
De hartspier
Het hart pompt het bloed rond. Maar omdat het een spier is, heeft
hij zelf ook bloed nodig. De hartspier krijgt zelf zuurstofrijk
bloed via de kransslagaders (coronairarteriën). Net als alle
(slag)aders, zijn de kransslagaders ook gevoelig voor
aderverkalking (atherosclerose).Wanneer een kransslagader
dichtslibt, krijgt de hartspier onvoldoende zuurstof. Dit zorgt
voor de 'pijn op de borst' (angina pectoris). Wanneer het
zuurstoftekort te lang duurt, kan een hartaanval ontstaan
(myocardinfarct). Een deel van de hartspier is dan
afgestorven.
Het hart onderzocht
Er zijn verschillende manieren om het hart te bestuderen. Met een
electrocardiogram (ecg) kan de natuurlijke pacemaker van het hart
goed worden bestudeerd. Met bijvoorbeeld een stethoscoop kun je de
harttonen goed horen. Wanneer er sprake lijkt van bijvoorbeeld een
infarct, is dit met een bloedtest te controleren.
Hartafwijkingen
Soms worden mensen met een minder gezond hart geboren. Er kan
bijvoorbeeld een gaatje in een van de schotten tussen de boezems of
kamers zitten (atriumseptumdefect, ASD of ventrikelseptumdefect,
VSD). Hierdoor wordt zuurstofarm en zuurstofrijk bloed met elkaar
vermengd. Het hart raakt overbelast. Met een operatie is dit te
verhelpen.
Een andere veelvoorkomende aangeboren afwijking is de tetralogie
van Fallot. Hierbij is er vaak sprake van een combinatie van vier
ernstige afwijkingen. Een daarvan is VSD.
Verder kan de rechter kamer te groot zijn (hypertrofie van rechter
ventrikel) en de aorta kan scheef geplaatst zijn (overrijdende
aorta). Ook kan de longslagader te smal zijn of is zijn toegang
vernauwd (pulmonalisstenose). Afhankelijk van het aantal
afwijkingen en hun ernst moet dit geopereerd worden.