Pomp
Het hart is letterlijk een pomp. Het bestaat uit twee boezems
(atrium) en twee kamers (vertikels). Bij elke hartslag vullen de
vier kamers zich met bloed en persen het er weer uit. Op die manier
blijft uw bloedsomloop op gang. Dit gebeurt 60 à 70 keer per
minuut. Wanneer u zich inspant, pompt uw hart 160 tot 180
keer.
Ritmestoornis
Als u last hebt van ritmestoornissen, klopt uw hart te snel
(Tachycardie) of te langzaam (Bradycardie).
Bradycadie
Als het hart te langzaam klopt, dan ontstaat er een tekort aan
zuurstofrijk bloed in uw lichaam. Er zijn verschillende oorzaken
voor:
-
De sinusknoop werkt niet goed, waardoor het hart niet vaak
genoeg samenknijpt.
-
De impuls die de sinusknoop afgeeft om het hart te laten
samentrekken, wordt niet goed doorgegeven aan de hartkamers.
-
De impuls van de sinusknoop wordt helemaal niet doorgegeven
aan de hartkamers.
Tachycardie
Als het hart te snel klopt, dan is de
tijd tussen de hartslagen te kort om het hart weer vol te laten
lopen met bloed, waardoor het lichaam te weinig zuurstofrijk bloed
krijgt. De meest voorkomende vorm van tachycardie is het zogenaamde
boezemfibrilleren. De boezems slaan dan op hol, terwijl de
hartkamers in een verhoogde frequentie doorpompen.