Het hart is het belangrijkste orgaan van het hart- en
bloedvatenstelsel. Het is een zich samentrekkende spier die
voortdurend bloed naar de rest van het lichaam pompt. Het hart zelf
wordt via de hartkransslagaderen van zuurstof en voedingsstoffen
voorzien, die het nodig heeft om goed te kunnen functioneren.
In het bloed stromen rode bloedcellen, witte bloedcellen en andere
stoffen ongestoord naar het hart en andere lichaamsdelen. Bij een
gezonde persoon zijn de wanden van de slagader soepel en overal
even dik. Na verloop van tijd kan echter door een hoog
cholesterolgehalte een vettige afzetting op de vaatwanden worden
veroorzaakt. Dit wordt plaque genoemd.
De op de aderwand afgezette plaque kan zich verharden, en daardoor
wordt de slagader nauwer en minder buigzaam. Deze aandoening wordt
atherosclerose of aderverkalking genoemd. Als zich in de
kransslagaderen aderverkalking ontwikkelt, is er sprake van
kransslagaderziekte. Als de bloeddoorstroming ernstig wordt
belemmerd, kan zich een hartinfarct voordoen. De term hartinfarct
is een ander woord voor hartaanval.
Als een hartkransslagader voor meer dan 90% is geblokkeerd, is er
een verhoogde kans op een hartaanval; het risico wordt bijna een
zekerheid als een hartkransslagader helemaal door plaque wordt
geblokkeerd.
De kans op een hartinfarct kan ook door kransslagaderziekten worden
vergroot als zich stolsels in het bloed vormen. Vaak ontstaat er
bij of in een opeenhoping van plaque een barstje. Als dit gebeurt
kan het bloed op de plaats van het barstje gaan samenklonteren, of
een van de stolsels kan zo groot worden dat het de
bloeddoorstroming helemaal blokkeert.
Hoeveel schade het hart tijdens een hartinfarct oploopt, is
afhankelijk van de ernst en de plaats van de blokkering en van de
snelheid waarmee medische behandeling wordt ingezet. Er zijn
gelukkig heel wat manieren om aderverkalking te vermijden en zo de
kans op een hartaanval te verkleinen.