Vetten en cholesterol zijn onlosmakelijk
met elkaar verbonden. Ons lichaam kan niet zonder vetten. Maar het
ene vet is het andere niet. Om het cholesterolgehalte op peil te
houden, is het belangrijk om niet teveel producten met cholesterol
te eten. Maar nog belangrijker is het om te kiezen voor de juiste
vetten. Er zijn verzadigde vetten en onverzadigde vetten.
Verzadigde vetten
Van verzadigde vetten heeft u zo min
mogelijk nodig. Deze vetten laten de hoeveelheid slecht cholesterol
(LDL) in het bloed stijgen. Dit is niet goed voor de gezondheid
omdat teveel LDL in het bloed de kans op hart- en vaatziekten
vergroot. Verzadigde vetzuren hebben een groter effect op het
bloedcholesterolgehalte dan cholesterol uit de voeding. Verzadigde
vetten zitten vaak verborgen in voedingsmiddelen zoals volle
zuivelproducten en vette vleessoorten. Maar ze zitten ook in
roomboter, margarine in een wikkel, koekjes, chocolade en
gebak.
Onverzadigde vetten
In olie, margarine in een kuipje, flessen
met vloeibare margarine en frituurolie zitten vooral onverzadigde
vetten. Onverzadigde vetten heeft u wel nodig. Deze vetten worden
van planten gemaakt en zijn essentieel. Dat betekent dat uw lichaam
ze niet zelf kan maken. U heeft ze nodig voor de opbouw van uw
cellen en uw weerstand. Bovendien breekt de goede cholesterol (HDL)
uit onverzadigde vetten de slechte cholesterol (LDL) uit verzadigde
vetten af en verlaagt daarmee het cholesterolgehalte in het bloed.
Onverzadigde vetten zitten ook in vis, noten, mayonaise en
plantaardige oliën (olijfolie).
Gezonde vette vis
Alle vissoorten bevatten onverzadigde
vetten. Vette vissoorten, zoals haring, makreel, zalm en paling
bevatten echter de meeste onverzadigde vetzuren. Daarom raadt het
Voedingscentrum aan tenminste twee keer per week vis te eten,
waarvan minimaal één keer vette vis. Zorg ervoor dat u bij de
bereiding van vis ook gebruik maakt van onverzadigde vetten, zoals
producten op basis van olijfolie. Mensen die tweemaal per week
vette vis eten hebben een veel lagere kans op een hartinfarct en op
hart- en vaatziekten. Voor mensen die geen vis eten, zijn
visoliecapsules een alternatief.
Het fabeltje van eieren
Wie cholesterol zegt, zegt bijna
automatisch eieren. Eieren staan echter ten onrechte bekend als
cholesterolverhogers. U moet inderdaad oppassen met cholesterol,
maar er is een groot verschil tussen cholesterol in het bloed en
cholesterol in de voeding. Cholesterolrijke voeding heeft namelijk
weinig invloed op het cholesterolpeil in ons bloed. Veel slechter
is het eten van verzadigde vetten. Het ei heeft in vergelijking met
de andere bronnen van cholesterol het geluk relatief arm te zijn
aan verzadigde vetzuren. Een ei bevat juist veel onverzadigde
vetten, die helpen het risico op hart- en vaatziekten te
verkleinen.
Andere factoren
Met een goede en gevarieerde voeding kan
het cholesterolgehalte op peil gehouden worden. Maar voeding is
niet de enige factor. Minder stress, niet roken, matig
alcoholgebruik en meer bewegen zijn net zo belangrijk om uw
cholesterol onder controle te houden. Daarnaast speelt erfelijkheid
een grote rol.